Koning Boudewijn­stichting

Burgers & gezondheidszorg

Afsluitend forum 18 februari 2016

De discussie over de mate waarin solidariteit moet gehandhaafd worden in ons gezondheidssysteem is zeer actueel. “De solidariteit blijkt onder druk te staan als men de burger individueel en geïsoleerd om meningen vraagt”, stelt de Gentse bio-ethicus Ignaas Devisch vast. “Laat men burgers voldoende tijd om te overleggen, geeft men hen de ruimte om onder elkaar en in confrontatie met experten en belanghebbenden de zaak uit te discussiëren, dan zijn zij nog wel gehecht aan de solidariteit en aan het recht op gezondheidszorg van eenieder.”

Volgens het burgerlabo zijn mensen verantwoordelijk voor hun gedrag en dus voor hun eigen gezondheid, maar slechts tot op zekere hoogte omdat contextuele factoren een determinerende rol spelen. Die verantwoordelijkheid mag dus niet leiden tot het niet terugbetalen van medische behandelingen voor ziekte op basis van levensstijl. De participanten steunen daarom het principe van zogenaamde levensstijlsolidariteit – solidariteit met zij die door hun gedrag meer risico lopen op medische kosten.

Hierna volgen zeven punten waarover het burgerlabo zich uitsprak en die door experts in een veranderingsagenda werden gegoten.

  1. Evidence én experience: De burgers vragen terugbetalingsbeslissingen die wat minder stoelen op beslissingen van lang geleden en op belangen en overwegingen van allerlei betrokkenen. Er mogen volgens de burgers maar twee punten echt van belang zijn: evidence - wetenschappelijke bewijzen – en experience: de ervaringsdeskundigheid van patiënten. Die laatsten moeten dan ook betrokken worden bij de beslissingen.

  2. Monodisciplinaire terugbetalingscommissies in de ziekteverzekering (waar maar één specialisme in aanwezig is ) zijn niet langer wenselijk. Het oordeel of geneesmiddelen en behandelwijzen terugbetaald worden, moeten afhangen van multidisciplinaire commissies (zoals het Verzekeringscomité van het Riziv).

    Minister De Block volgt de burgers hierin. “Het is duidelijk dat we moeten evolueren naar een meer grensoverschrijdende multidisciplinaire samenwerking binnen onze overlegorganen. En rond die overlegtafel horen zeker en vast patiënten thuis. Want de wensen en verwachtingen van patiënten en zorgverleners lopen niet altijd gelijk. Patiënten focussen veel meer op de levenskwaliteit. Bij het opzetten van klinische studies, het inleiden van therapieën en zelfs het nemen van beleidsbeslissingen verdient deze zorgervaring van de patiënt veel meer aandacht.”

  3. Aanvragen om terugbetaling van geneesmiddelen en behandelwijzen voorbehouden voor aanbieders – farmabedrijven, artsen, ziekenhuizen – is niet langer wenselijk; ook burgers en patiënten moeten aanvragen kunnen indienen.

  4. Geen ziektebeleid meer maar een gezondheidsbeleid, met duidelijke doelstellingen (zie ook 5 en 7), direct gericht op de patiënt en op de gehele patiënt, niet enkel op zijn aandoening(en).

  5. De nadruk leggen op preventie, gezondheidsbevordering en gezondheidsopvoeding. Dat vergt ook: overstappen van een probleem- of ziektegerichte zorg naar een doelgerichte zorg die onder meer mikt op ‘gezond houden’.

  6. Niet levensverlenging-tout-court als ultiem doel van de gezondheidszorg, maar de levenskwaliteit van de patiënt en ook die van zijn omgeving.

    Het toevoegen van kwaliteitsvolle levensjaren aan het leven, moet de missie zijn van de gezondheidszorg, aldus een deelnemer aan het burgerlabo.

    Vlaams minister Jo Vandeurzen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, stelt dat Vlaanderen door de vermaatschappelijking van de zorg en de hervorming van de gehandicaptenzorg aantoont dat levenskwaliteit hét referentiekader is om beslissingen te nemen. Omdat op gemeenschapsniveau de verbinding van gezondheids- met welzijns- en gezinsbeleid mogelijk is, kan Vlaanderen een belangrijke rol spelen in het realiseren van gezondheidsdoelstellingen.

  7. Burgers verwachten dat de overheden de gezondheids- en welzijnsnoden regelmatig opnieuw in kaart brengen en niet steeds maar voortbouwen op afspraken uit het verleden. We moeten overstappen op een flexibel en lerend systeem. De burgers hebben er geen bezwaar tegen dat de overheden de talloze gegevens die ze hebben, beter gebruiken, ze zijn zelfs vragende partij daarvoor. Als dat maar goed geregeld is.

    Administrateur-generaal Jo De Cock van het RIZIV is er zich van bewust dat zijn organisatie moet evolueren naar een lerende organisatie. Hij suggereerde het RIZIV te herdopen tot Federaal Zorginstituut. Patiënten moeten meer betrokken worden in de besluitvorming en de Algemene Raad van het RIZIV zou het platform kunnen zijn waar in overleg met gemeenschappen en gewesten gezondheidsdoelstellingen worden ontwikkeld.

Koning Boudewijn­stichting

Colofon

De Koning Boudewijnstichting is een onafhankelijke en pluralistische instelling van openbaar nut. Zij steunt projecten en burgers die zich engageren voor een betere samenleving. De Stichting steunt ook initiatieven die gezondheid bevorderen, de levenskwaliteit van patiënten en hun omgeving verbeteren en die bijdragen tot een hoogkwalitatieve, toegankelijke en maatschappelijk aanvaarde gezondheidszorg.

Brederodestraat 21, 1000 Brussel
T. +32 (0)2 500 45 55 – www.kbs-frb.be

Foto: D. Sharon Pruitt (CC BY 2.0)
Design by Kaligram